wijsbegeerte of filosofie (v. Gr. philosophia = liefde tot of streven naar kennis), de kritische bezinning omtrent het geheel van de werkelijkheid (natuur, wereld en mens). Als zodanig is zij ontstaan bij de Grieken.

Bij hen constateren wij een wending in het denken waarbij een meer theoretische uitleg van de werkelijkheid zich geleidelijk stelde tegenover de overgeleverde natuurlijk-praktische en de mythisch-religieuze. Met deze laatste heeft de wijsbegeerte het streven gemeen naar een totale uitleg van mens en wereld.

Wijsbegeerte als wetenschap van de rede is steeds verbonden geweest met het zoeken naar kritisch verantwoorde kennis, anders gezegd met wetenschap. Een scherp onderscheid tussen wijsbegeerte en wetenschap was er dan ook aanvankelijk niet. De scheiding tussen beide voltrok zich eigenlijk pas in de 19de eeuw. Tot die tijd sprak men bijv. van natuurfilosofie ter aanduiding van wat wij nu natuurwetenschap noemen.

Van de vakwetenschappen onderscheidde zich wel sinds Plato en Aristoteles de zgn. eerste filosofie of metafysica. Dit is de eigenlijke filosofie tot aan de 19de eeuw geweest. Zij was algemene zijnsleer of leer van de werkelijkheid (materialisme, monisme, spiritualisme, idealisme). Immanuel Kant stelde hieraan als nieuwe eis: een voorafgaand onderzoek naar de wijze en de voorwaarden waarop ervaring en kennis mogelijk zijn, en naar de grenzen daarvan. Daardoor werd de traditionele metafysica wel problematisch, maar nog geenszins opgeheven.

Pas in de 19de eeuw werden door Auguste Comte en door anderen in aansluiting aan Kant de overgeleverde metafysische systemen en ideeŽn radicaal aangetast. Voor het positivisme en neopositivisme valt wijsbegeerte samen met filosofie van de wetenschappen. Daartegenover wil de fenomenologie terugkeren tot de oorsprong van alle zingeving door terug te gaan tot een oorspronkelijke aanschouwing, welke zij in een beschrijvende analyse tracht te achterhalen.

Een nieuwe bezinning op het menselijk bestaan (existentiefilosofie), in samenhang met een herleving van de vraag naar het zijn in het algemeen, sluit hierbij aan. In de jongste tijd is vooral de verhouding waarin de taal staat tot het denken een centraal thema voor de filosofie geworden (zie analytische filosofie).

Tegen het overwegend rationele moment in het Europese denken keert zich als onderstroom of tegenpool het irrationalisme, dat het mystieke of intuÔtieve moment in de levenservaring beklemtoont en vaak het speculatieve denken hoger stelt dan het verstandelijk controleer- en verifieerbare.

Wijsbegeerte is ten nauwste verbonden met haar eigen geschiedenis. De geschiedenis van de wijsbegeerte houdt zich niet alleen bezig met de toonaangevende filosofen en hun geschriften, de historische, kritische en systematische uitleg daarvan, maar ook met de gehele ontwikkelingsgang van het wijsgerig denken, de geschiedenis van begrippen, denkbeelden, problemen en visies, de wijzigingen en veranderingen die zich daarin voltrekken. Men pleegt hierbij te onderscheiden: antieke (Grieks-Romeinse, patristische), middeleeuwse en moderne (nieuwe, nieuwere en nieuwste of contemporaine) wijsbegeerte.

Van de geschiedenis van de wijsbegeerte is te onderscheiden de systematische (of theoretische) wijsbegeerte. Onderdelen daarvan zijn: metafysica (ontologie), logica en kennisleer, wetenschapsleer of filosofie van de wetenschappen, natuurfilosofie, wijsgerige antropologie, ethiek, cultuur- en geschiedfilosofie, esthetica, taalfilosofie, godsdienstfilosofie en rechtsfilosofie.