new age (Eng., = nieuw tijdperk) of new age-beweging, verzamelnaam voor een groot aantal groeperingen en richtingen die als gemeenschappelijk kenmerk hebben dat zij een alternatief willen bieden voor het rationalistische en materialistische mens-, wereld- en kosmosbeeld zoals dat gangbaar is in de moderne westerse natuur-, medische en sociale wetenschappen (m.n. biologie, psychologie en pedagogie) en in de traditionele religieuze instituties en de gangbare kunstzinnige praktijk. De new age-beweging doet dit door de eenheid van mens, natuur en kosmos te benadrukken en kent een grote betekenis toe aan intu´tieve en gevoelsmatige benadering van problemen en zaken. Symbool van new age is de regenboog, die de verbinding van de mens met kosmische energieŰn aangeeft.

1. Verschillende theorieŰn

In de new age vloeien ideeŰn en opvattingen van een aantal stromingen uit het recente verleden samen, t.w.:

Aan het eind van de jaren zestig van de 20ste eeuw vloeiden deze richtingen min of meer samen en trad een wederzijdse herkenning op. De Amerikaanse schrijfster Marilyn Ferguson interpreteerde in The Aquarian conspiracy (1980) al deze stromingen als uitingen van een nieuw tijdperk: new age.

2. Centrale begrippen

Volgens de astrologie komt de aarde in het jaar 2000 in het dierenriemteken Waterman (Aquarius), waarmee een nieuw tijdperk begint, het aquariustijdperk, met mogelijkheden voor de ontwikkeling van een nieuw menselijk bewustzijn, dat niet dualistisch, maar heelmakend (holistisch) te werk gaat en fundamenteel identiek is met het kosmisch bewustzijn of de goddelijke energie. Teneinde dit proces te kunnen beginnen, dient de mens aandacht te krijgen voor de spiritualiteit van het leven, dwz. voor de geestelijke dimensies van zijn bestaan, de aarde en de kosmos. Dit nieuwe bewustzijn, waarin een grote plaats is ingeruimd voor gevoel en intu´tie, kan de mens zelf ontwikkelen in een proces van bewustzijnsverandering en bewustzijnsverruiming door middel van allerlei, vaak aan oosterse religies ontleende, meditatietechnieken. Hierdoor komt de afzonderlijke mens en uiteindelijk de gehele mensheid tot zelfverwerkelijking, die bestaat uit de eenheid met de ‘bron van het bestaan’. In deze visie wordt de mens gezien als zich bevindend in een evolutionair proces, waarbij hij zich, al of niet in meer levens (re´ncarnatie), ontwikkelt naar hogere niveaus. Belangrijk voor dit hele proces is de paradigmaverandering, dwz. de verandering van het gemeenschappelijke denkpatroon, m.n. in het natuurwetenschappelijk denken. Deze paradigmaverandering is volgens vele new-age-aanhangers al voorbereid door de ontdekkingen van Albert Einstein en Niels Bohr.

In veel new-age-theorieŰn wordt de werkelijkheid gezien als bestaand uit de complementaire delen, gesymboliseerd in het Chinese yin en yang: het goede is niet mogelijk zonder het kwade, het mannelijke niet zonder het vrouwelijke. De erkenning van dit feit zal tot grotere harmonie leiden.

3. Toepassingen

Op het gebied van de natuurwetenschap ziet men een bezielende kracht die de kosmos draagt en inspireert en maakt dat het leven zich ontwikkelt (evolueert): G. Zukav (The dancing Wu li masters, 1991; Ned. vert. 81991), R. Sheldrake (met zijn ‘morfogenetische velden’), K. Pribam (met zijn ‘holografische theorie’ van de hersenen) en I. Prigogyne (over het zelforganiserende karakter van het universum).

Op het gebied van de ecologie bevinden zich vele stromingen. Men ziet alles als bezield, als sacraal en in een groei- en ontwikkelingsproces begrepen. Men kent natuurwezens (in de antroposofie) of deva's (volgens de Findhorn Foundation) en andere actieve krachten.

Op het gebied van de gezondheidszorg passen vele alternatieve geneeswijzen in dit beeld. Geneeswijzen die uitgaan van de harmonie (acupunctuur, homeopathie, antroposofische geneeskunde, macrobiotiek, ayurveda, natuurgeneeswijze), van de krachten die inherent zijn aan delen van de kosmos (de kracht van planten, stenen, kruiden of omgevingen, zoals bij Mellie Uyldert) of van de bijzondere genezende begaafdheid die mensen hebben verkregen (magnetisme, iriscopie, aura- en chakra-reading). Ook zijn er geneesmethoden die uitgaan van bovennatuurlijke krachten, zoals ‘spiritueel genezen’. In dit verband moeten ook de vele therapieŰn genoemd worden die de mens een betere gezondheid trachten te geven, zoals Erhard Seminary Training (EST), Alexandertechniek, rolfing, bio-energetica, Silva mind control, rebirthing, encounter, psychosynthese (van R. Assagioli), oki-do-yoga, autogene training en Gurdjieff-trainingen.

4. Religieuze ideeŰn

Op het terrein van de religie benadrukt men de fundamentele eenheid van alle godsdienst. Ook propageert men een nieuwe visie op God (als goddelijke kracht of energie), de mens (als deel uitmakend van deze goddelijke energie, zoals in het hindoe´sme [atman = Brahman]), het kwade (niet als zonde te kwalificeren, maar als niet-verlicht zijn), veroorzaakt door karma en te verwerken via re´ncarnatie, de wereld (niet geschapen, maar een emanatie uit het goddelijke) en de verlossing (niet door een kracht van buiten, maar door de mogelijkheid van zelfverwerkelijking). Voor de verwerkelijking van dit doel gebruikt men vele oosterse technieken: transcendente meditatie, tai-chi, zen, yoga, e.a.

Binnen de christelijke kerken wordt verschillend gedacht over new age. Er is een stroming (K. Douven e.a.) die bepleit elementen (bijv. re´ncarnatie) op te nemen in het christelijk denken. Anderen zien new age als een manifestatie van duivelse machten. OfficiŰle kerkelijke uitspraken zijn er niet.

5. Muziek en onderwijs

Er is een specifieke new-age-muziek ontstaan, waarin de nadruk ligt op de eenheid en de harmonie, waarin als dragende ondergrond steeds de continu´teit hoorbaar wordt.

In het onderwijs wordt gepleit voor andere wijzen van opvoeden, meer in harmonie en volgens de begaafdheden en aanleg van de kinderen.

Op het gebied van het paranormale wil men, in afwijking van het klassieke spiritisme – waarin men in een seance via een medium contact legt met overledenen –, trachten direct in contact te komen met wezens of engelen vanuit de andere wereld (via ‘channeling’). Ook is er een grote belangstelling voor magie en levensduiding (astrologie, piramidologie, tarotkaarten, be´nvloeden, pendelen).

astrologie of sterrenwichelarij, de leer waarvan de aanhangers beweren dat er verband bestaat tussen de stand van de hemellichamen en de gebeurtenissen op aarde. Uit de stand van de sterrenhemel en van de planeten (waartoe ook zon en maan worden gerekend) op het ogenblik van iemands geboorte meent de astroloog diens karakter te kunnen afleiden en voorspellingen omtrent de toekomst te kunnen doen. Hij noemt dit het trekken van de horoscoop van de persoon. Onpartijdig, kritisch onderzoek laat zien dat de voorspellende waarde van de astrologie niet uitkomt boven die van het toeval.

Re´ncarnatie (Lat. reincarnatio, van reincarnari = weer vleesworden, v. caro, gen. carnis = vlees) of zielsverhuizing, de leer van de wedergeboorte van de menselijke ziel na de dood in een andere lichamelijke bestaanswijze. Deze voorstelling treft men vooral in Voor-IndiŰ aan. Het resultaat (de som van alle goede en slechte daden) van een mensenleven bepaalt of de betrokken mens in een hogere zijnsorde herboren wordt, dan wel naar een lager niveau moet afdalen. Onafhankelijk van deze Indische gedachten schijnt de leer van de zielsverhuizing ontstaan te zijn in het Griekse orfisme en het pythagore´sme. De meeste christelijke theologen achten de re´ncarnatie in strijd met de nieuwtestamentische leer van de verrijzenis van het lichaam en van het toekomstige oordeel Gods over goed en kwaad.

De heropleving van het re´ncarnatiegeloof in onze eeuw is begonnen in de moderne theosofie en in de antroposofie. Terwijl de theosofie meer aansluit bij het hindoe´sme, is de re´ncarnatiegedachte in de antroposofie niet op verlossing uit het lichamelijke, maar op de ontwikkeling van een hoger geestelijk leven op aarde gericht.

Nieuwe impulsen kreeg het re´ncarnatiegeloof na de Tweede Wereldoorlog door de belangstelling voor de oosterse godsdiensten en mystiek; ook de bestudering van spiritistische en andere occulte verschijnselen in de parapsychologie verhevigde de belangstelling ervoor. Dat deze onmiskenbaar ook bij vele christenen bestaat, hangt wel samen met de ontwaarding van het traditionele geloof in het hiernamaals. Ook in de, sinds de jaren zeventig wijdverbreide New Age-beweging is veel aandacht voor re´ncarnatie.

theosofie, een samenstel van leringen dat op een diepere dan de gewone kennis aanspraak maakt. Men baseert zich daarbij op een innerlijk beleven, dat zich niet enkel op God betrekt, maar ook, helderziend, op ijlere werelden. Karakteristiek voor de leringen zijn die over het bestaan van Meesters of Mahatma's die van tijd tot tijd ‘wereldleraren’ uitzenden om godsdienstige impulsen te geven; verder die over het bestaan van ijlere ‘gebieden’ en van fijnstoffelijke lichamen (het astraallichaam van de mens) en ten slotte de lering over de werkelijkheid van zielsverhuizing. Men onderscheidt een oudere, historische theosofie, belichaamd o.a. in het brahmanisme, het boeddhisme, het neoplatonisme en in de leer van de zgn. christelijke theosofen (o.a. Jacob B÷hme en E. Swedenborg) en de moderne theosofie, waaraan de namen van Helena P. Blavatsky(-hahn), Annie Besant en C.W. Leadbeater verbonden zijn. Van de in 1875 gestichte Theosofische Vereniging hebben zich verschillende groeperingen, zoals het Theosofisch Genootschap e.a., afgescheiden, terwijl via hun stichters ook bewegingen als die van Rudolf Steiner (zie antroposofie) en The Rosicrucian Fellowship (zie Rozekruisers) ermee in verband staan.

occultisme (v. Lat. occultus = verborgen, geheim), verzamelnaam voor de leerstellingen en praktijken van bepaalde personen of groepen die beweren over een geheime, hun adepten of ingewijden alleen toegankelijke leer of wetenschap te kunnen beschikken. Dit occultisme vertoonde zich in de oudheid bijv. in de mysteriŰn met hun inwijdingen en geheime leer. In de middeleeuwen maakten de kabbalisten en alchemisten aanspraak op het bezit van een dergelijke geheime wetenschap, waarvan de praktische toepassing tot bijzondere prestaties in staat zou stellen. Modernere vormen van occultisme vindt men in de theosofie, de antroposofie, de astrologie, het spiritisme en bij de Rozekruisers.

De verschijnselen die zich in de verschillende occulte stelsels voordoen, worden bestudeerd door de parapsychologie.

spiritisme, het geloof in een persoonlijk voortbestaan na de dood, gecombineerd met het geloof dat overledenen onder bepaalde omstandigheden in staat zijn zich met de op aarde levenden in verbinding te stellen. Het moderne spiritisme is midden 19de eeuw ontstaan in de Verenigde Staten. Voor velen werd het een nieuwe religie, doorgaans nog verbonden met elementen van het christelijk geloof. Hoofdzaak vormen de seances, waarop men contact zoekt met de geesten en informatie over hun leven in het hiernamaals tracht te verkrijgen met behulp van zgn. mediums: personen die geacht worden in een bepaalde toestand (trance) hun lichaam tijdelijk af te staan als werktuig waardoor de geesten van de overledenen ( ‘overgeganen’) zich kunnen manifesteren. Parapsychologisch onderzoek leidde tot de erkenning dat vele gevallen van geestverschijningen dieptepsychologisch en dus geheel buiten de spiritistische hypothese om verklaard kunnen worden. Ook kunnen spiritistische verschijnselen soms hun oorsprong vinden in een (onbewuste) telepathische be´nvloeding door nog levende personen.

yin en yang of jin en jang, twee principes in de Chinese ‘klassieke godsdienst’ waardoor alle natuurlijke processen beheerst werden gedacht; yin is het vrouwelijke element, yang het mannelijke. Symbolisch worden deze principes voorgesteld als twee tegen elkaar liggende komma's die tezamen een cirkel vormen.